20 basistrainingsprincipes die mij een bovengemiddelde clubspeler maakten, deel 2: je hoofd, je plan en je wedstrijd
Wat mij een bovengemiddelde amateur maakte. In deel 1 ging het over hoe ik mijn training inricht, nu over wat er in je hoofd gebeurt, voor, tijdens en na.
Bas van KaamMaker van Frame, or Fortune?
11. Heb een plan.
Denk het liefst een dag van tevoren na over wat je gaat trainen, of maak een weekplanning. Lukt dat niet, denk dan uiterlijk als je wakker wordt: wat ga ik vanmiddag of vanavond doen? Een plan geeft je rust, en je hebt alvast het gevoel dat je er klaar voor bent. Aan tafel hoef je niet meer na te denken over wat er op het programma staat. Dat helpt echt bij je voorbereiding, en met een plan werkt alles beter.
12. Na een wedstrijd begin je met wat fout ging.
De eerste training na een wedstrijd besteed ik, na het opwarmen en de basisoefeningen, de eerste tien of vijftien minuten aan wat er misging: de ballen die je veel miste, de safety's die niet lukten, of de ballen waar je stiekem toch gefrustreerd van raakte.
13. Soms let je alleen op richten (aiming).
In sommige delen van mijn training denk ik niet aan hoe ik sta of aan mijn keuactie (zoals in een echte wedstrijd dus). Alleen de objectbal, de witte en de lijn naar de pocket: die bal moet erin. Je keuactie is dan het meest natuurlijk. Puntje bij paaltje gaat het erom dat de ballen doen wat jij wilt.
14. Blijf liggen tot de bal erin gaat of een band raakt.
Maar, om een andere reden dan je denkt. Natuurlijk helpt het technisch gezien om je stoot beter uit te kunnen voeren, en dat is meer dan mooi meegenomen. Maar, als het gaat om voortgang in je training houden, en live feedback op wat je aan het doen bent, dan is er een belangrijkere reden om dit te doen. Namelijk, zo zie je waar de bal heen gaat: te dik of te dun, links of rechts, hoog of laag in de pocket. Allemaal informatie voor je volgende bal en je volgende training. Onderschat dit deel niet, hier leer je enorm veel van. Wat ik vaak doe… als ik een bal mis, zeg ik tegen mezelf: dik, dun, links, rechts, etc., daarmee leg ik vast wat ik zojuist heb geconstateerd en pas (bijna) automatisch mijn gedrag aan. Ook dit alles vindt plaats binnen enkele tienden van een seconde.
15. Werk aan je mentale spel, ook als je denkt dat je sterk bent.
De meeste spelers zijn mentaal minder sterk dan ze denken, of ze dat nou doorhebben of niet. Snooker is een rare sport, wie al wat langer speelt, weet wat ik bedoel. Werk aan rustig blijven, focussen en concentreren. Er zijn mentale tools, bijvoorbeeld om een misser in een of twee seconden een plekje te geven. Ik ga hier meer aandacht aan besteden in het “Mentale” deel, binnenkort meer.
Er zijn bijvoorbeeld ook verschillende goede boeken, en ook betaalde trainingen die je kunt volgen, zelfs door medesnooker- en poolspelers samengesteld. Het is maar net waarnaar je op zoek bent, wat je uitdaging precies inhoudt en wat je ervoor overhebt uiteraard.
16. Je pre-shot routine helpt tegen zenuwen.
Ik bekijk rustig de tafel (hiermee bedoel ik dat ik vaak een fysiek extra rondje om de tafel loop, of halve ronde), dat geeft me wat extra tijd, ik voel me namelijk vaak opgejaagd. Ik kies een rode uit vanwege de hoek naar de kleur (of andersom), soms denk ik nog een bal, of twee verder. Ik weet waar ik de witte moet raken en ongeveer met welke snelheid, dat is meer gevoel en verschilt ook per tafel. Omgeving, etc., zelfs per jaargetijde kan dat anders zijn. Dan besluit ik (je “commit”), ga achter de bal staan en loop in op de lijn. Als je ligt, is het alleen nog mikken. Dit helpt om je focus te behouden, je hebt iets om “te doen”.
Iedereen doet dit weer net even anders, het heet een routine omdat je bepaalde zaken, in ieder geval voor jezelf, steeds op dezelfde manier uitvoert, het kan rust in je hoofd, en dus in je spel, brengen.
17. In een wedstrijd denk je niet aan je techniek.
Hoe je staat en hoe je keuactie is, hoort dan vanzelf te gaan. Is natuurlijk niet altijd zo, maar dat is OK. Gaat het niet vanzelf, schrijf het op, maak even een mentale note en werk er de volgende training aan. Denk je er toch af en toe aan, dan is dat niet erg en hoef je niet boos op jezelf te zijn. Daarvoor train je, en de een heeft wat langer nodig dan de ander. Daarbij is snooker een spel dat continu je aandacht vraagt, je bent nooit uitgeleerd.
18. Geef jezelf een opdracht, en word niet boos.
Pik er één ding uit, bij mij vaak: na iedere stoot een seconde langer blijven liggen. En ik mag niet boos worden, niet op mijn eigen spel en niet op dat van mijn tegenstander. Maar ook zoals ik hierboven al aangeef, pak die extra tijd. Doe ik dat, dan heb ik voor mezelf al gewonnen, en meestal gaat het dan ook beter dan ik verwachtte. En ik probeer niet gefrustreerd te raken als ik ballen mis die ik veel oefen, het lukt namelijk niet altijd.
19. Snooker groeit niet in een rechte lijn.
Het is wel cumulatief: alles wat je leert, traint en speelt, bouwt op elkaar. In het begin heb je meer slechte dagen dan goede, en na een jaar zijn je slechte dagen de goede dagen van je eerste maanden. Dus niet gefrustreerd na een training of wedstrijd die helemaal niet ging.
20. Een rommelige training is vaak een goede.
Hij staat onderaan, niet bewust overigens, maar dit is misschien wel de belangrijkste om te onthouden, zeker als je regelmatig traint. Voelde het niet lekker en miste je meer dan je wilde, dan was het waarschijnlijk een van je betere trainingen. Als je serieus hebt getraind en alles als feedback hebt genomen (raakte ik hem te dun of te dik?), dan heb je echt iets geleerd. En denk hierbij aan principe 19, je niveau groeit niet lineair.
Over het mentale deel komt later veel meer op deze site, onder de kop: Mentaal sterk.
Klaar om te trainen? Het rad kiest je volgende oefening, gratis en zonder account. Je kunt via het menu ook zelf de oefeningen bekijken en je trainingsplan voor vandaag samenstellen: kies de categorieën en stel je niveau in.
Draai het rad →